Arbitreren1

Artikelindex

Tijdens de partij
Algemene wenken:
 
-    de arbiter dient zich op de partij te concentreren
-    hij dient niet in het publiek of naar een ander biljart te kijken. Ook gaat
     het voortdurend aankijken van de speler ten koste van de concentratie.
-    hij moet ervoor zorgen, dat uit het publiek geen hinderlijke rumoer komt
     en zonodig om stilte verzoeken. 
     Wanneer toch teveel lawaai ontstaat, kan de partij onderbroken tot de rust
     is weergekeerd.
-    hij dient steeds te controleren of de caramboles en de beurten goed op het
     scorebord zijn vermeld.
-    belangrijk is dat de arbiter interesse toont voor de partij die hij/zij
     arbitreert. Is het geen vlotte partij, dan mag dat niet kenbaar zijn aan de
     manier van arbitreren.
-    de arbiter dient resolute beslissingen te nemen op grond van eigen
     waarneming en niet de reactie van een speler af te wachten,
     want daardoor zou hij/zijkunnen worden beinvloed, hetgeen
     vermeden dient te worden.
-    alleen de arbiter stelt vast of een spelregel is overtreden
-    nadat de wedstrijdleiding de partij heeft aangekondigd en de arbitrage
     aan de arbiter heeft opgedragen, heeft hij/zij, als enige, de leiding
     over de partij.

Het annonceren:
 
-    de arbiter moet duidelijk en hoorbaar annonceren
     Ieder in de zaal wil weten wat er gebeurt en hoe ver een serie is gevorderd.
-    hij/zij moet op zijn geluidsterkte letten en dit zonodig door een collega
     tussen het publiek laten controleren
-    hij/zij moet op de intonatie letten en eentonigheid voorkomen,
     de eenheden niet inslikken en daarom de eenheden accentueren.
-    de speler staat centraal daarom dient er niet te worden geaarzeld
     om zijn naam goed uit te speken. Vraag desnoods voor de partij hoe
     de naam uitgesproken dient te worden.
     Dus duidelijk annonceren: "NOTEREN .....(het aantal caramboles)
     de heer/mevrouw...... (daarna nog eenmaal het aantal caramboles)".
-    bij dit annonceren dient de arbiter zich naar de schrijver te wenden
     om onduidelijkheid te voorkomen.
-    bij het beeindigen van een beurt begint de arbiter altijd met de
     annonce "NOTEREN"
-    moet tijdens een beurt meerdere annonces worden uitgesproken,
     dan dient de arbiter, voor zover dat aan de orde is, deze volgorde
     aan te houden:
     1. het aantal gemaakte caramboles
     2. en nog .......
     3. vervolgens de positie van de ballen ten opzichte van bijvoorbeeld de
         verboden zones
     4. tenslotte de mededeling, dat de speelbal vast of vrij ligt.
 
Het opstellen:
 
Voor en tijdens het uitvoeren van een stoot dient de arbiter zich zodanig
op te stellen, dat hij/zij op de best mogelijke wijze kan vaststellen of de
speler de spelregels niet overtreedt en hij/zij kan constateren of er een
geldige carambole wordt gemaakt. Een arbiter die zich steeds goed opstelt,
geeft de speler het gevoel dat er optimaal aandacht wordt geschonken aan
zijn spel en dat wekt vertrouwen. De waardering hiervoor blijkt meestal
uit het feit, dat de beslissingen van die arbiter zelden of nooit zullen
worden aangevochten.
 
In principe staat een arbiter nooit in het stootbeeld van de speler, maar
moet het toch eens gebeuren (komt voor als een bal bijvoorbeeld haarfijn
moet worden geraakt), dan is vaak een kwartslag draaien voldoende,
om minder op te vallen. Dat is dus een uitzondering.
In alle andere gevallen is het aan te bevelen gewoon recht, op twee voeten
staan, dat vermoeit het minste!
 
Verder dient de arbiter zich zodanig op te stellen, dat hij/zij in staat is waar
te nemen of de voorhand of de onderarm van de speler bij het aanleggen
een bal wel of niet raakt (touche). Ook moet hij/zij ervoor zorgen dat de
afstoot kan worden waargenomen. Daarom moet hij/zij zoveel mogelijk
aan de "open zijde" van de speler staan; dat wil zeggen aan de keu-zijde
en onder een hoek van 90 graden ten opzichte van die keu.
 
Een arbiter volgt het spel dus van zeer nabij, maar moet wel opletten,
dat hij/zij de speler daarbij niet hindert. Hij mag nooit te lang op een
plaats blijven staan, ook niet als de serie op een klein oppervlak
wordt gemaakt. Hij/zij dient de speler altijd voor zich langs te laten lopen,
zodat de speler het zicht op de tafel behoudt. dit is belangrijk voor de
concentratie van de speler.

  

Het bewegen:
  
Het maken van bewegingen kan een speler afleiden. Een arbiter moet niet
meer bewegen nadat een speler heeft aangelegd.
  
Spelers kunnen door een arbiter ook worden gehinderd.
Enige voorbeelden van hinderlijk gedrag van een arbiter.
1. de speler die in de stoothouding staat in de ogen kijken.
2. bij het afstoten aandacht trekkende bewegingen maken.
3. nog bewegen nadat de speler heeft aangelegd.
4. de handen zodanig houden, dat ze voortdurend in het gezichtsveld
    van de speler zijn.
    Het verdient de aanbeveling om de handen op de rug of naast het
    lichaam te houden en zeker niet aan de voorzijde (voor de broek
    sluiting, hetgeen een raar gezicht is, vooral als de arbiter lange
    armen of grote handen heeft).
5. boven het biljart hangen.
6. goedkeurend knikken of laatdunkend reageren bij het al of niet slagen
    van een carambole.
7. uiting van emotie.
    Een arbiter is strikt neutraal.
8. er niet aan denken dat anderen het zicht op het biljart kan 
    worden ontnomen. Dat is vooral voor de-niet-aan-de-beurt-zijnde
    speler hinderlijk. 
  
Er kan niet genoeg op de punten worden gewezen, waardoor het arbitreren
negatief wordt beïnvloed. Arbiters die ervoor zorgen, dat dit gedrag niet
op hen van toepassing is, zullen veel meer plezier aan hun hobby beleven,
dan anderen, die deze punten niet in acht nemen. Dat geldt ook voor de
opstelling.
Daarom hierna nogmaals een opsomming van de belangrijkste punten.

Dwingende adviezen:
+ waarneming afstoot
+ stilstaan tijdens de afstoot
+ best mogelijke opstelling
+ in het verlengde van de snijlijn staan

Aanbevolen is:
+ de te verwachten positie innemen (meespelen)
+ het spel van zeer nabij volgen
+ de speler de ruimte geven
+ bij seriespel dicht bij de tafel staan
+ bij meer dan een biljart aanpassen aan het andere biljart

Af te raden is:
- boven het biljart hangen
- te lang op een plaats staan
- de speler hinderen
- in het stootbeeld staan
- achter de speler staan
- de speler in het gezicht kijken
- bewegen nadat de speler in de stoothouding staat.

Het nemen van beslissingen:
 
De arbiter is volgens de reglementen de enige, die het recht heeft tijdens
zijn functioneren reglementaire beslissingen te nemen.
Nadat de wedstrijdleider de partijen heeft aangekondigd en aan hem/haar
de arbitrage heeft overgedragen, heeft hij als enige de leiding over de partij.
Een arbiter leidt de partij en geen ander!
 
Een arbiter mag niet twijfelen bij het nemen van beslissingen.
Een aarzeling in de annonce kan een protest van de speler uitlokken.
Ook opmerkingen uit het publiek mogen niet de oorzaak zijn, dat de
arbiter zich laat beinvloeden.
De arbiter moet zich tot een persoonlijkheid maken.
Zijn stem, blik en houding kunnen uitstekend daartoe dienen. Dat zijn een
paar eigenschappen die onmisbaar zijn.
 
Een vergissing of een foutieve beslissing blijft altijd mogelijk en dat kan
betekenen dat de speler, overigens op correcte wijze, kan vragen een
beslissing nogmaals te overwegen. Ook de niet-aan-de-beurt-zijnde speler
mag dat vragen.
Blijft de arbiter bij zijn beslissing, dan dient de speler zich daarbij neer
te leggen. Heeft de speler gelijk, dan herstelt de arbiter zich.
Het maken van een fout is niet dom, het ten onrechte niet willen inzien
dat een fout is gemaakt, is dat wel.
 
Wanneer er een onjuiste beslissing is genomen, dan moet herstel volgen.
Dan volgt: "Herstel" en wordt vervolgens de juiste beslissing geannonceerd.
 
Maakt een speler van het recht om een beslissing nogmaals in overweging
te nemen, naar de mening van de arbiter, ergelijk misbruik, alhoewel het
duidelijk is dat een correcte beslissing is genomen, dan dient hem/haar dit
kenbaar te worden gemaakt en zonodig gevolgd door een waarschuwing.

Vast liggende ballen:
 
De arbiter moet, wanneer de ballen vastliggen, zich hiervan terdege
overtuigen. Daarbij mag hij/zij (en de speler!) het biljart en/of het
laken niet aanraken.
Wanneer de arbiter twijfelt of de ballen wel of niet vastliggen,
dient hij/zij beslist een loep te gebruiken.
Het is niet aan te raden eerst te annonceren, dat de ballen vastliggenen
en pas na het verzoek van de speler, dit vastliggen nogmaals te beoordelen,
door een loep te gebruiken.
Hierdoor wordt het vragen om een beslissing te herzien uitgelokt.
Wanneer de arbieter te snel een beslissing neemt en deze later zou
moeten herroepen, maakt dat een zwakke indruk.
Wanneer de arbiter niet twijfelt en de speler vraagt om de beslissing
te herzien, dan dient hij/zij bij die tweede beoordeling altijd direct de
loep te nemen, want dit werkt overtuigend.
Hij/zij moet ook goed opletten of de speelbal vast aan een band ligt.
Ook daarvoor zonodig de loep gebruiken.
De annonce luidt: "Vast aan band". Ligt de speelbal vast aan een band,
dan mag de speler bij de afstoot die band niet gebruiken.
Doet de speler dit toch, dan moet die speler wegens het maken van
de fout "biljarde" worden afgeteld.
Wil de speler het vastliggen controlerendan mag ook hij/zij, zoals
hierboven reeds vermeld, het biljart of laken niet aanraken.
Hij/zij zou door aanraken de positie van de ballen kunnen beinvloeden
en daar gebruik van maken. Is dit ongeoorloofde aanraken het geval,
dan moet de speler wegens het maken" van de fout "opzettelijk
indirecte touche" worden afgeteld. Niet elke aanraking behoeft als fout
te worden aangerekend. Een speler kan dat per ongeluk of ongewild doen.
Het gaat er er dus om of de speler dat opzettelijk doet.
Voorbeeld:
Er is geannonceerd "Vast".
De speler loopt -kennelijk met opzet- tegen het biljart aan en vraagt
vervolgens aan de arbiter om nogmaals te kijken of de ballen werkelijk
vastliggen.
In dit voorbeeld is duidelijk sprake van een opzettelijke handeling, omdat
de speler gebruik wil maken van de mogelijkheid, dat de ballen door het
aanraken van plaats zouden zijn veranderd. Dus: opzettelijk indirect touche.
Duidelijk is dat de arbiter bij vastliggende ballen niet het laken mag aanraken
of tegen het biljart mag leunen of stoten.
Gebeurt dat toch en maakt de speler daarvan gebruik, dan mag het de speler
niet worden aangerekend.